Dart-statistieken uitgelegd: three-dart average, checkout %, 180's

Wie naar een PDC-uitzending kijkt, ziet onderaan het scherm voortdurend cijfers verschijnen: average, checkout %, 180's, first-9. Voor wie net begint zijn het bezweringsformules, voor profs zijn het de KPI's van hun spel. In dit artikel leggen we de belangrijkste statistieken uit, geven we realistische streefwaardes voor verschillende niveaus en bespreken we welke cijfers je het beste zelf kunt bijhouden.
Three-dart average: de hoofdmaat
Het three-dart average (3DA) is het gemiddelde aantal punten per drie pijlen, berekend over de hele wedstrijd. Een 3DA van 90 betekent dus 30 punten per pijl gemiddeld — netjes amateur-topniveau. PDC-toppers zitten op 95–105 in TV-wedstrijden.
Belangrijke nuance: het average wordt berekend tot het moment dat een leg uit is. Daardoor 'verdunt' een verkeerd geplaatste finish het cijfer. Twee spelers met dezelfde scoringskracht maar verschillende finishing kunnen meetbare verschillen tonen.
Checkout percentage
Checkout % geeft aan hoeveel van je gegooide kansen op een double daadwerkelijk uitkomen. Een speler die acht keer op een double mocht gooien en er drie wist te halen, heeft 37,5% checkout.
Realistische cijfers: een beginnende toernooispeler haalt 20–30%, een goede amateur 35–45%, PDC-toppers 40–50% bij volle druk. Wie zijn average opkrikt maar onder de 25% checkout blijft hangen, verliest wedstrijden van zwakkere spelers — finishen is doorslaggevender dan scoren.
First-9 average
De first-9 average meet alleen de eerste drie beurten (9 pijlen) van elke leg. Het zegt iets over hoe scherp je uit de startblokken komt voordat finishing in beeld komt.
Voor analyse is dit een puur scoring-cijfer. Een first-9 van 90 (gemiddeld 30 per pijl) betekent dat je drie triples per ronde benadert. Wie hier lager scoort dan zijn 3DA, presteert paradoxaal goed: hij compenseert latere zwakke beurten met betere finishes.
180's en hoge scores
Het 180-aantal (drie triple 20's in één beurt) is zichtbaar maar minder indicatief dan veel kijkers denken. Een speler met veel 180's én veel zwakke beurten gooit een lager average dan iemand met minder 180's maar consistente 100-scores.
Voor je eigen ontwikkeling is het zinniger om 100+, 140+ en 180-tellingen bij te houden in plaats van alleen 180's. Onze gids over hoe je je dart-gemiddelde verbetert gaat dieper in op hoe deze categorieën samenhangen met scoringskracht.
Zelf bijhouden: app of papier
Apps als DartConnect, n01 en Russ Bray Darts Scorer berekenen alle statistieken automatisch tijdens trainingen. Voor wie liever analoog werkt, voldoet een eenvoudig schrijfblok: noteer per leg de eindscore, het aantal beurten, en of de double zat. Na 50 legs heb je betrouwbare percentages.
Pas op met conclusies trekken uit kleine aantallen: 10 legs is statistisch ruis. Reken minimaal 30–50 legs onder vergelijkbare omstandigheden voor een eerlijk beeld. Combineer dat met onze tips uit schrijven bij darts om je notities consistent te houden.
Veelgestelde vragen
- Wat is een 'goede' three-dart average voor een amateur?
- 60 voor een beginner, 70–80 voor een geoefende clubspeler, 85+ voor een regionaal toernooispeler. Boven 90 zit je op nationaal niveau, boven 95 op internationaal niveau.
- Hoe komt het dat mijn average lager is dan in oefening?
- Druk, ander bord, andere verlichting en aandacht voor de tegenstander. Een verlies van 5–15 punten in average tussen oefening en wedstrijd is normaal — de meeste profs accepteren dit verschil en plannen training in de buurt van die realiteit.
- Telt een gemiste double mee in je average?
- Ja. Elke gegooide pijl telt mee tot de leg uit is. Daarom verlagen meerdere gemiste matchdarts op een hoge double je average soms drastisch.