Cricket darts: spelregels, scoring en tactiek

Wie buiten Nederland en België darts speelt, komt al snel cricket tegen — vooral in de VS, Japan en in de soft-tip-circuit. Het is een fundamenteel ander spel dan 501: in plaats van punten naar nul afbouwen, draait alles om het 'sluiten' van een handvol vakken en het uitspelen van punten op je tegenstander. In dit artikel leggen we de regels uit, geven we de basis-scoring en bespreken we tactiek voor beide spelers.
De doelvakken: 15 t/m 20 en bullseye
Cricket gebruikt alleen zeven vakken: de getallen 15, 16, 17, 18, 19, 20 en het bull. Alle andere getallen tellen niet — een mooie 12 of 14 levert nul punten op. Beide spelers proberen alle zeven vakken te 'sluiten' door drie marks per vak te scoren.
Een single telt als 1 mark, een double als 2 marks, een triple als 3 marks. Drie singles, één triple of een combinatie sluit het vak. Zodra je er drie hebt, is dat vak 'jouw' vak — alles wat je daarna nog in dat vak gooit telt als punten, mits de tegenstander dit vak nog niet ook heeft gesloten.
Winnen: alles sluiten én op of voorstaan
De winnaar is degene die als eerste alle zeven vakken heeft gesloten én op dat moment evenveel of meer punten heeft dan de tegenstander. Sluit je alles maar sta je achter in punten, dan moet je doorgooien om eerst voor te komen — en in de tussentijd kan je tegenstander óók zijn vakken sluiten.
Dit maakt cricket zoveel tactischer dan 501: je moet voortdurend kiezen tussen sluiten (vakken pakken) en scoren (punten stapelen op je geopende vakken).
Offensieve tactiek: scoren op een open vak
Een sterke speler 'opent' eerst het 20-vak (drie marks) en gooit dan met triples 20 voor 60 punten per worp — zolang de tegenstander het 20-vak nog niet ook heeft gesloten. Dit heet 'pointing' en is de snelste manier om een puntenvoorsprong op te bouwen.
Wie offensief speelt, sluit graag de getallen in volgorde van score: eerst 20, dan 19, dan 18. Hoe hoger het vak, hoe waardevoller elke extra mark.
Defensieve tactiek: tegenstander dwingen te sluiten
Loop je achter in punten, dan moet je voorkomen dat je tegenstander zijn open vak nog langer mag uitbuiten. Je 'sluit' dan zelf dat hoge vak — drie marks plaatsen op zijn 20 of 19 — zodat zijn pointing-strategie stopt.
Een hybride speler wisselt af: een ronde scoren op het eigen open vak, een ronde sluiten op de open vakken van de tegenstander. Het juiste moment om te wisselen is de kunst en het verschil tussen recreatief en topniveau.
Cut-throat en andere varianten
In de variant 'cut-throat cricket' gaan gemaakte punten naar de tegenstander in plaats van naar jezelf — wint wie aan het einde de minste punten heeft. Vooral leuk met drie of vier spelers tegelijk.
Andere bekende varianten zijn 'wild card cricket' (waarbij elke ronde een willekeurig vak wordt aangewezen) en 'no-score cricket' (alleen sluiten, geen punten). Op de meeste internationale toernooien geldt echter het standaard format — vergelijkbaar met hoe 501 in Europa de standaard is, zoals beschreven in onze gids over toernooi-formats.
Veelgestelde vragen
- Wordt cricket gespeeld op NDB- of WDF-toernooien?
- Zelden in Europa — vrijwel alle steel-tip toernooien hier draaien om 501. Op soft-tip events (vooral in Azië en de VS) is cricket wel een vaste discipline.
- Mag de bullseye als 25 of als 50 tellen?
- Bij standaard cricket telt elke treffer op het bull-vak (zowel outer als inner) als 1 mark. Inner bull (50) telt als 2 marks (dubbel). De puntenwaarde is 25, ongeacht inner of outer.
- Hoeveel marks heb je nodig om een vak te sluiten?
- Altijd precies 3. Triple = 3 marks in één worp en sluit het vak meteen. Extra marks op een al gesloten vak (van jezelf) leveren punten op; op een gesloten vak van beiden tellen ze niet meer.