Praktische tips 10 min lezen

Dubbels trainen bij darts: 8 drills om je checkout-percentage te verdubbelen

Illustratie bij categorie Praktische tips

Iedereen die serieus dart weet: legs win je op de dubbels. Toch traint 90% van de amateurspelers vooral scoren — een uur triple twintigen gooien voelt bevredigend, terwijl 20 pijlen op dubbel tien saai en frustrerend zijn. Het resultaat is voorspelbaar: gemiddelden van 70+ met checkout-percentages van 15%. Dit artikel biedt acht meetbare drills die je van willekeurig ‘gooien op dubbels’ naar gestructureerd trainen tillen. Elke drill heeft een scoresysteem, zodat je week-op-week ziet of je vooruitgaat. We sluiten af met een wekelijkse routine van 3× 45 minuten waarmee spelers doorgaans hun checkout-percentage binnen acht weken met 15–30% verhogen.

Waarom losse ‘dubbels-oefening’ niet werkt

De klassieke amateur-aanpak is: pak drie pijlen, gooi op dubbel 20, mis, gooi opnieuw, tot je hem raakt. Ga dan door naar dubbel 19, enzovoort. Deze methode heeft twee grote problemen. Ten eerste ontbreekt scoring — je weet aan het eind van je sessie niet of je vooruit ging. Ten tweede ontbreekt wedstrijdcontext: in een echte leg heb je 1 tot 3 pijlen, niet oneindig veel.

Gestructureerde drills lossen beide problemen op. Elke drill heeft een score, een tijdslimiet of een aantal pijlen. Je noteert je resultaat en vergelijkt met vorige week. Zodra scoring binnenkomt, verandert je mindset: je gaat serieuzer richten, je pijl-cadans wordt strakker, en zenuwen komen op — precies wat je wilt trainen, want in een toernooi zijn ze er ook.

Drill 1 — Ronde-om-het-bord (round the board)

Doel: elk dubbelvak minstens één keer raken, in volgorde van dubbel 1 tot en met dubbel 20 en de bulls-eye. Per vak heb je maximaal drie pijlen. Mis je drie keer, dan schuif je toch door. Noteer aan het eind hoeveel dubbels je in één, twee, of drie pogingen raakte, en hoeveel je miste.

Deze drill is ideaal voor de warming-up en dwingt je álle dubbels aan te raken — niet alleen je favoriete D16 of D20. Realistische startscore voor een amateur: 5–8 raak binnen 3 pogingen. Doel na 8 weken: 12–15. Profs halen 18–20.

Drill 2 — Doubles-only 170

Start op 170 (highest checkout) en gooi elke leg volledig uit met alleen dubbels — dus geen scoren op triples. 170 → 25 → D25 → D20 → D20 → enzovoort. Je hebt onbeperkt pijlen. Meet: hoeveel pijlen kost het om van 170 naar nul te komen? Herhaal drie legs, tel het totaal.

De drill traint je in het snel omschakelen tussen verschillende dubbels én in het uitrekenen van resterende score in dubbel-veelvouden. Startscore amateur: 60–90 pijlen totaal. Na 8 weken: 40–55. Elke pijl minder betekent 1 minder in de wedstrijd, wat direct tikt in je checkout-percentage.

Drill 3 — Doubles-simulator (121, 81, 40)

Simuleer drie klassieke wedstrijdscenario's: 121 (T20-T11-D20 of variant), 81 (T15-D18 of T11-D24), en 40 (D20). Per scenario krijg je precies drie pijlen om uit te gooien. Doe elk scenario 10 keer. Score = aantal geslaagde checkouts van de 30 pogingen.

Dit is de meest wedstrijd-realistische drill in dit lijstje. Ontworpen om de druk van ‘nog drie pijlen’ te simuleren. Startscore amateur: 6–10 uit 30. Na 8 weken: 12–18. Profs: 22+.

Drill 4 — 32-drill (D16 tiebreak)

D16 is de meest getroffen dubbel in wedstrijden — mis je hem, land je op 16 (D8), mis je die, 8 (D4), etc. Perfect trainbaar. Start op 32, gooi tot je uit bent, tel je pijlen. Doe 20 rondes. Gemiddeld aantal pijlen = je score.

Startscore amateur: 3,5–5 pijlen per checkout. Na 8 weken: 2,5–3,5. Profs: onder de 2,3. De drill is ideaal als afsluiting van een sessie omdat hij mentaal zwaar is: elke mis eet aan je score.

Drill 5 — Weglopen na één pijl

Zet 60 pijlen (20 rondes van 3) op D20. Regel: raak je hem met je eerste pijl, tel je 3 punten. Raak met tweede pijl: 2 punten. Derde pijl: 1 punt. Mis alles: 0. Maximum = 60 punten.

Deze drill beloont je vermogen om onder druk direct te scoren, niet om ‘er nog uit te komen na twee missers’. Startscore amateur: 12–22. Na 8 weken: 25–35. Herhaal wekelijks per dubbel (D20, D16, D18, D10) om je hele repertoire te ontwikkelen.

Drill 6 — Bogey-drill (het onhandige eindspel)

‘Bogey numbers’ zijn scores waar je niet in één beurt uit kunt: 169, 168, 166, 165, 163, 162, 159. Train scenario's als ‘161 rest’ (T20 - D20½...) door bewust naar T17 te richten, dan D25, dan D20. Doe elk bogey-nummer vijf keer, telt of je binnen zes pijlen uit was.

Deze drill leert je onder tijdsdruk denken en omgaan met suboptimale scores. Veel amateurs verliezen legs die ze hadden kunnen winnen doordat ze ‘vastlopen’ op 161 en gaan gokken. Startscore: 8/35. Doel: 22/35.

Drill 7 — Willekeurige finish-generator

Vraag iemand of gebruik een dobbelsteen / app om willekeurig een score tussen 40 en 170 te trekken. Speel het uit met maximaal 6 pijlen. Doe 20 finishes. Score = aantal geslaagde binnen 6 pijlen.

Voordeel: je traint scenario's die je normaal nooit zou kiezen (76, 108, 147). Nadeel: je moet snel rekenen. Beide zijn realistisch in wedstrijden. Startscore amateur: 10/20. Na 8 weken: 15/20.

Drill 8 — Doubles onder tijdsdruk

Zet een timer op 60 seconden. Gooi zoveel mogelijk dubbels (naar keuze), tel raak versus mis. Doel: 20+ pogingen in 60 seconden, met minimaal 30% raak. Dwingt tempo en concentratie.

Deze drill zwaarwegend trainen vlak vóór een toernooi is af te raden — dan wil je juist rustige focus. In de reguliere week is hij goud waard: hij traint je in ‘snel omschakelen’ en verhoogt je pols enigszins, wat lijkt op wedstrijd-adrenaline.

Wekelijkse routine (3× 45 min)

Sessie A (maandag): warming-up 10 min + Drill 1 + Drill 4 + koelen. Sessie B (woensdag): warming-up + Drill 2 + Drill 3. Sessie C (zaterdag): warming-up + Drill 5 + Drill 6 of 7. Noteer elke score in een simpel schrift of app. Om de vier weken doe je Drill 3 en Drill 4 als ‘benchmark’ en vergelijk met vier weken eerder.

Cruciaal: sla geen sessies over voor scoren-training. Dubbels zijn een neurologische vaardigheid — mis je een week, dan zak je meetbaar. Twee sessies overslaan = terug naar startpunt. Consistentie > intensiteit.

Veelgestelde vragen

Welke dubbel is het handigst om als hoofd-dubbel te trainen?
D16 is klassiek de veiligste (mis-route via D8-D4-D2-D1), maar D20 wordt vaker geadviseerd voor ambitieuze spelers omdat het je in wedstrijden meer opties geeft. Kies er één als hoofd, oefen beide.
Hoeveel dubbels per training is genoeg?
Minimaal 150 dubbel-pijlen per sessie, verdeeld over drills. Onder de 100 traint je te weinig herhaling; boven de 300 verlies je concentratie en train je slordigheid in.
Mijn checkout-percentage stijgt niet — wat doe ik fout?
Meestal train je te veel scoren en te weinig dubbels, of je noteert je drill-scores niet. Zonder meting geen progressie. Log 4 weken en je ziet waar het misgaat.
Zijn dubbel-training-apps de moeite waard?
Ja, mits ze scoring bijhouden. Apps als DartCounter, Russ Bray Darts Scorer of Checkout hebben ingebouwde drills. Vervangt geen gedisciplineerde routine, maar automatiseert het tellen.
Ik raak thuis 40% van mijn D20, maar in wedstrijd 15% — normaal?
Ja, verschil van 20–30% tussen oefening en wedstrijd is standaard door druk. Doel is niet het verschil weg te werken, maar beide te verhogen — een 60% oefen-percentage geeft 30–35% in wedstrijd.

Gerelateerde artikelen

Verder lezen in Praktische tips